De Gereformeerde Kerk te Melissant c.a. (1)

De Gereformeerde Kerk te Melissant werd op 27 april 1904 vanuit Stellendam geïnstitueerd. Vanaf 2 januari 1987 heette de gemeente De Gereformeerde Kerk te Melissant Dirksland Herkingen.

Kaart: Google.

1. Een Afgescheiden Gemeente (van 1850 tot ca. 1872).

Maar veel eerder, van 1850 tot ongeveer 1872, bestond in Melissant al een Christelijke Afgescheidene Gemeente, die haar oorsprong vond in een conventikel (een godsdienstig gezelschap), dat in 1847 ontstond. In zo’n godsdienstige samenkomst in een particuliere woning bad men samen, zong men psalmen, las men de bijbel en beluisterde men vooral preken van ‘oudvaders’, zeer orthodoxe theologen uit lang vervlogen eeuwen. Eenzelfde soort gezelschap bestond in Herkingen tussen 1840 en 1880; daar woonden in 1841 zestien Afgescheidenen, terwijl in Dirksland achttien Afgescheidenen woonachtig waren en in Stellendam ongeveer twintig. Die aantallen weten  we uit de ondertekeningen van een verzoekschrift aan koning Willem II, waarin door 78 Afgescheidenen in verschillende dorpen op Goeree-Overflakkee gevraagd werd de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Overflakkee en Goedereede te erkennen. Slechts twee van de ondertekenaars woonden in Melissant.

In  het verzoekschrift werd ook meegedeeld dat de hoofdplaats van deze gemeente Middelharnis was, en dat behalve daar (in de Nieuwstraat 50), ook in Sommelsdijk (direct ten zuidwesten van Middelharnis) een schuur in gebruik was als kerkplaats. Op 6 september 1841 werd deze gemeente erkend, bestaande uit in totaal tien dorpen  (waaronder Melissant, Dirksland en Herkingen).

Hoe het in Melissant ging.

Ds. W. Raman (1829-1919) stond nog geen jaar in Melissant en Hellevoetsluis.

Zoals al opgemerkt waren in elk geval in Melissant en Herkingen conventikels gevestigd, waar de Afgescheidenen bijeenkwamen. In Melissant kwam men bijeen in een particuliere woning of in een schuur. Kennelijk kwam bij de conventikelgangers het verlangen op een eigen gemeente te hebben. Er is nauwelijks iets overbekend, omdat het archief van Melissant uit die tijd verloren gegaan is, vermoedelijk door de emigratie naar Amerika (in de negentiende eeuw) en later, in 1953, door de watersnoodramp.

Hoe dan ook, we weten wel dat die gemeente in Melissant twee predikanten heeft gekend, die er beiden slechts (betrekkelijk) korte tijd gestaan hebben. De eerste was ds. P. den Boer (1828-1901), die er predikant was vanaf 1852 (en daar op 28 november bevestigd werd) tot zijn afscheid in november 1856 (van hem is geen foto bekend). De tweede voorganger was oefenaar W. Raman (1829-1919), die er in 1859 en 1860 (in combinatie met Hellevoetsluis) voorganger was. Meer kunnen we over deze Afgescheiden Gemeente te Melissant niet vertellen, want meer is er niet over bekend. Rond 1872 ging de gemeente teniet. Dat weten we dan wel weer.

2. De Gereformeerde Kerk te Melissant (1904).

Ds. J. Boss (1852-1919) was de eerste christelijke gereformeerde predikant van Stellendam.

Het groepje gereformeerden in Melissant groeide ondertussen echter gestaag. Men ging in Stellendam naar de kerk, waar sinds 1836 een Christelijke Afgescheidene Gemeente bestond met (sinds 1865/1866) een kerkgebouwtje aan de Kerkhoflaan. In 1869 veranderde de naam van die gemeente in Christelijke Gereformeerde Gemeente, vanwege een landelijke kerkenfusie van de Christelijke Afgescheidene Kerk en de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis. Het laatst genoemde kleine kerkgenootschap had zich in 1838 van de Christelijke Afgescheiden Kerk afgesplitst en was zelfstandig verder gegaan. Maar langzamerhand werden de meningsverschillen minder actueel, zodat men in juni 1869 weer samen verder kon gaan, nu als Christelijke Gereformeerde Kerk.

Het kerkje aan de Kerkhoflaan te Stellendam.

Pas in 1874 ontving de  gemeente haar eerste predikant, ds. J. Boss (1852-1919), die daar drie jaar stond en werd opgevolgd door ds. J.J. Koopmans (1828-1911), die daar van 1878 tot 1893 predikant was. Tijdens diens predikantschap veranderde de naam van de Christelijke Gereformeerde Gemeente opnieuw, en weer door een landelijke kerkenfusie, die plaatsvond op 17 juni 1892. Ditmaal smolten de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (in 1886 ontstaan Doleantie onder leiding van dr. A. Kuyper (1837-1920)) samen. De verenigde kerken noemden zich in het vervolg De Gereformeerde Kerken in Nederland. Ook Stellendam ging daarin mee, zodat die gemeente zich sinds 1892 ‘De Gereformeerde Kerk te Stellendam’ noemde.

Nadat ds. H. Volten (1867-1909) er van 1899 tot 1902 predikant geweest was kwam kandidaat A.A. Koppe (1874-1910) naar Stellendam, die op 5 juli 1903 intrede deed en daar tot 1907 bleef. Tijdens zijn predikantschap ontstond in 1904 De Gereformeerde Kerk te Melissant. Tot deze kerk behoorde ook het dorp Herkingen. Dirksland behoorde toen nog bij de kerk van Middelharnis.

De instituering van De Gereformeerde Kerk te Melissant (1904).

Kijkje op Melissant, lang geleden…

Op 27 april 1904 was ds. Koppe op verzoek van een aantal van zijn gemeenteleden in Melissant naar dat dorp gereisd om te assisteren bij de instituering van de zelfstandige Gereformeerde Kerk te Melissant. In een particulier dijkhuisje waren behalve de predikant vijf mannenbroeders bijeen. Allereerst werden vier kerkenraadsleden gekozen. Als ouderlingen werden aangewezen C. van der Sluis en J. Goedegebuur en als diakenen J. Keur en C.J. Bijdevaate. Ze werden meteen in het ambt bevestigd, waarmee De Gereformeerde Kerk te Melissant een feit was. De predikant sprak ”de broeders met een ernstig en liefdelijk woord toe en hun werd toegezongen psalm 134 vers 3. Daarna werd de vergadering met het afsmeken van den Zegen door de voorzitter ds. A.A. Koppe gesloten”.

De eerste zeven Melissantse kinderen die de jaren daarna door ds. Koppe gedoopt werden waren allen spruiten uit de familie Bijdevaate. De eerste vijf werden in het kerkgebouw te Stellendam gedoopt, de laatste twee (in 1907, toen ds. Koppe al vertrokken was naar de kerk van Zalk en Veecaten) in Melissant. Meer is over het kerkelijk leven van de eerste jaren niet bekend.

Wel dat de gereformeerden in Melissant het niet makkelijk hadden: “De gemeente is nog zeer klein en niet ten volle geordend. Zij heeft nog met vele moeilijkheden te kampen. Moge de Koning der kerk de kerkeraad en de gemeente zegenen met getrouwheid en genade, opdat onder de zegen des Heeren de gemeente tot wasdom en bloei moge komen”.

Een eigen kerkgebouw (1912).

De eerste kerkdiensten werden in een huisje aan de Molendijk gehouden.

De eerste jaren werden de kerkdiensten gehouden in een huisje aan de Molendijk, tegenwoordig nummer 122. Soms ging een predikant van het eiland voor of een van ‘de overkant’. De predikant stond in een kleine kuipachtige kansel, al was er meestal ‘preeklezen’ door een van de ouderlingen. Altijd was het woninkje met twintig bezoekers ‘eivol’.

De eerste ‘echte’ kerk te Melissant, staande aan de Bouwdijk.

Al gauw werd de ruimte te beperkt. Vandaar dat aan de Bouwdijk, tegenwoordig nummer 32, een stenen kerkgebouwtje werd neergezet, ‘niet voorzien van enig gemak’. Het was een kerkzaal met een orgel, dat boven de deur van de ingang op twee pilaren stond, recht tegenover de preekstoel. Er was geen kachel die het verblijf er in de winter aangenamer moest maken.

Ds. G.W.H. Esselink (1854-1916) was enige tijd consulent van de kerk van Melissant.

Ds. J.A. de Bruijn (van 1916 tot 1920).

Eigenlijk was de gemeente van Melissant nog te klein om zelf een predikant te beroepen (en te betalen!). Vandaar dat de consulent, ds. G.W.H. Esselink (1854-1916) van Stad aan ’t Haringvliet voorstelde om samen met de moederkerk van Stellendam (zelf ook niet groot; ze had in 1914 ongeveer 270 leden) een dienaar des Woords te beroepen. Maar Stellendam wilde dat liever niet en vervolgens zag ook Melissant er van af. Ondertussen had men namelijk met emeritus predikant J.A. de Bruijn (1846-1927) van Oud-Vossemeer afgesproken dat hij de gemeente zou dienen.

Ds. J.A. de Bruijn (1846-1927).

Omdat hij in Melissant zou komen wonen, werden in 1915 de eerste bouwplannen voor een pastorie gemaakt. Ze werden in 1916 door de gemeenteleden (met één stem tegen) aangenomen. De locatiekeuze op de hoek van de Nieuweweg en de Kerkhofweg zal zorgvuldig gemaakt zijn, want meteen werd ook besloten in de toekomst achter deze pastorie een nieuwe kerk te bouwen (dat zou 23 jaar later gebeuren!). Een binnengekomen anonieme gift van fl. 400 voor het wegwerken van de schuld op de pastorie was zeer welkom! De pastorie werd gebouwd en staat er tegenwoordig nog steeds. De predikant nam er halverwege 1916 zijn intrek, nadat hij op 1 mei 1916 intrede in de kerk van Melissant gedaan had.

De nieuwe pastorie op de hoek van de Nieuweweg en de Kerkhofweg. Rechts de torenspits van de latere kerk (1939).

Het kerkelijk leven bloeide kennelijk op. Want een visitatieverslag uit 1916 meldde: “De toestand van deze kleine kerk is niet onbevredigend”. Ook werd al enige tijd niet meer alleen ‘voor de kerk’ gecollecteerd (zoals in de begintijd het geval was), maar ook ‘voor de armen’. Dat gaf al aan dat het grootste financiële leed  geleden was. Over de werkzaamheden van de predikant is weinig bekend; wel dat de tijd van zijn predikantschap een rustige periode was, al viel ze tijdens de vreselijke Grote Oorlog die van 1914 tot 1918 de wereld bovendien in een economisch moeilijk tijdperk stortte. Vandaar vermoedelijk ook dat behalve ‘voor de kerk’ nu ook ‘voor de armen’ gecollecteerd moest worden.

Vacant (van 1920 tot 1923).

Het interieur van de gereformeerde kek aan de Bouwdijk (foto: ‘Jubileum jaarboekje Gereformeerde Kerk Melissant Dirksland Herkingen’ van 1994).

Ds. De Bruijn nam op 1 juni 1920 afscheid van Melissant. Opnieuw werd gesproken om in samenwerking met Stellendam een predikant te beroepen, maar een combinatie met Ouddorp leek sommigen beter. Dat lukte echter niet, zodat in januari 1923 toch op samenwerking met Stellendam werd teruggevallen, dat sinds 1912 ook vacant was. Maar ook dat liep uiteindelijk op niets uit.

Het aantal zitplaatsen in het kerkje aan de Bouwdijk werd ondertussen wat klein. En bovendien vroeg een van de ambtsdragers tijdens een kerkenraadsvergadering in 1923 of het niet verstandig was om in het kerkje een ruimte af te scheiden of er iets bij te bouwen om een dominee van elders tenminste de mogelijkheid te geven zijn jas op te hangen. “Ik schaam mij om een dominee als een kwajongen achter in de kerk te ontvangen, waar geen gelegenheid is om jas en hoed op te hangen”. Het verstandige voorstel werd echter verworpen. Wel had men sinds kort het genoegen tijdens de kerkenraadsvergadering een kop koffie te kunnen drinken; daar was de scriba tevreden mee, omdat de vergaderingen zo tenminste ‘een beetje gezelliger’ werden.

De School met de Bijbel te Melissant.

De kerkdiensten werden ’s winters in verband met de duisternis ’s middags gehouden. Kon men de kinderen van de in 1906 gestichte christelijke school, die op catechisatie gingen, om dezelfde reden ’s winters niet beter vrij geven? Dat vond men echter te gortig. De schoolkinderen moesten gewoon komen opdraven.

Oefenaar J. van der Lugt (van 1923 tot 1925).

Ondertussen beraadde men zich over de vraag hoe het nu verder moest met het beroepen van een predikant. Melissant was onmachtig in eigen beheer een predikant te financieren. Vandaar dat de kerkenraad besloot br. J. van der Lugt (1886-1966) te benoemen tot lerend ouderling, ook ‘oefenaar’ genoemd. De reden daarvoor  was volgens de preses: ‘dat er niets boven een Dienaar des Woords gaat, doch dat het beter is een behulpsel te hebben, dan dat er elke zondag gelezen moet worden”. Want preeklezen door een ouderling verveelde de kerkgangers gauw. Een lerend-ouderling zoals br. Van der Lugt mocht tenminste zelf een ‘stichtelijk woord’ spreken. Later werd hij naar Artikel 8 van de Dordtse Kerkorde predikant, op grond van ‘singuliere gaven’.

Oefenaar (later dominee) J. van der Lugt (1886-1966).

Van hem wordt verteld: “Vooral met de singuliere gave van de ootmoed heeft hij uitgeblonken Omdat deze ootmoed niet iets uitwendigs of kunstmatigs aan hem was deed het zo weldadig aan met hem om te mogen gaan, en viel het zo gemakkelijk met hem in contact te blijven. Voor bijbedoelingen of onwaarachtigheid hoefde men bij hem nooit bang te zijn. Zijn ganse optreden was simpel en doorzichtig; hij stond om zo te zeggen nooit op Christus’ plaats; hij kon niet uit de hoogte doen en juist daarom had hij zo’n geweldig overwicht”. De kerkenraad was dan ook zeer tevreden over zijn werk en men was ongetwijfeld teleurgesteld hem in april 1925 te moeten laten vertrekken naar de kerk van Zwartewaal, waar hij twintig jaar later predikant werd.

Weer vacant (van 1925 tot 1934).

We memoreerden al dat het kerkgebouw te klein werd. Geen wonder dat in 1927 werd gesproken over en besloten werd tot de bouw van een nieuwe kerk! De gemeentevergadering stemde er mee in, zij het dat van de veertien stemgerechtigden er vijf tegen waren. Een van de tegenstemmers had zijn bezwaren in een uitvoerig memorandum neergelegd, maar desondanks (of juist daarom?!) werd hij in de bouwcommissie benoemd. Van bouwen kwam het echter vooralsnog niet, al werd in november 1927 al een bouwtekening besproken! Pas in 1938 konden de plannen uit de ijskast gehaald worden, vermoedelijk omdat tot die tijd de kosten nog te hoog waren voor de kleine gemeente. Toch moest er iets aan het kerkje gebeuren. Men beperkte zich vooralsnog onder meer tot het repareren en schilderen van het plafond, want er viel geregeld ‘kalkstof’ naar beneden.

Ds. P.A. Zeilstra (1887-1972), van Middelharnis op latere leeftijd.

Voorkomen moest worden dat het ledental naar beneden ging! Dat zou het beroepen van een predikant en de bouw van een nieuwe kerk alleen maar vertragen. En juist in 1931 vroegen enkele gereformeerden uit het onder de kerk van Melissant ressorterende dorp Herkingen toestemming om bij de kerk van Middelharnis te mogen behoren. De afstand van Herkingen naar Middelharnis was nauwelijks korter dan die naar Melissant, maar vermoedelijk speelde daarbij een rol dat in Middelharnis het jaar daarvoor een nieuwe dominee, ds. P.A. Zeilstra (1887-1972) was bevestigd. Dat had voor hen waarschijnlijk de voorkeur boven de vele ‘preeklezingen’ die men in Melissant moest aanhoren; al waren er zo nu en dan predikanten van elders die in de diensten in het kerkje aan de Bouwdijk voorgingen, zoals ds. J.E. Westerhuis (1878-1980) van Hellevoetsluis en ds. J.D. van der Velden (1859-1947) van Rotterdam-Kralingen.

De kerkenraad gaf echter geen toestemming. Het ledental van de kerk van Melissant bedroeg op dat moment slechts 81 en een aderlating door het vertrek van de leden in Herkingen zou de kerk nog verder in het moeras helpen. Gelukkig werden er geregeld kinderen gedoopt: in 1932 waren het er zes; twee keer zoveel als in de jaren daarvoor gedoopt werden.

‘Enkele schotten in de kerk aangebracht…’

De kerkenraad besloot in 1933 ‘voor de aanvang van de dienst daarover een zegen te willen vragen’. Maar waar moest dat plaatsvinden? Er was geen kerkenraadskamer. En als er een predikant van elders kwam preken, ontving de kerkenraad hem achter in de kerk. Redenen genoeg om nu het tien jaar eerder afgewezen voorstel toch te realiseren: er werden maatregelen getroffen om in de kerk een kleine afgesloten ruimte te verkrijgen door een paar schotten aan te brengen, waarmee de eerste consistorie het licht zag!

Ds. H. de Valk (van 1934 tot 1946).

Ds. H. de Valk (1901-1980).

Uiteindelijk werd in het voorjaar van 1934 met Stellendam overeengekomen dat gezamenlijk een predikant beroepen zou worden. Het was kandidaat H. de Valk (1901-1980) uit Rotterdam. Hij deed op 30 september 1934 intrede in Melissant. De predikant zou iets meer dan twaalf jaar aan de kerk van Melissant verbonden zijn.  Een van de eerste besluiten die onder zijn leiding genomen werd was de verplichte aftreding van ambtsdragers; weliswaar was dat onderwerp al eerder besproken, maar het was er nooit van gekomen er een besluit van te maken. Men wilde voorkomen dat de kerkenraad te lang uit dezelfde personen zou bestaan. Elk jaar zou een van de inmiddels zes ambtsdragers aftreden (om en om een ouderling en een diaken).

De bouw van een nieuwe kerk.

De in 1939 in gebruik genomen gereformeerde kerk te Melissant.

Na er jaren lang nauwelijks of niet over gesproken te hebben kwam in 1936 de bouw van een nieuwe kerk weer ter sprake. Een bouwfonds werd opgericht, waarin als begin fl. 100 gestort werd. Een vermindering van het aantal leden kon men daarbij natuurlijk niet gebruiken, want in Herkingen was de wens herleefd om opgenomen te worden in de kerk van Middelharnis. Dit verzoek werd opnieuw afgewezen. Het ledental moet juist omhoog! Vandaar dat men in hetzelfde jaar via de classis trachtte het dorp Dirksland bij de kerk van Melissant te voegen, ten koste van de kerk van Middelharnis. Dat ging vooralsnog niet door. Pas in 1984 werd die wens vervuld…

Hoe dan ook, de nieuwbouw kwam ter sprake. Daarbij beslisten ook de zusters der gemeente mee; zij gaven aan dat de huidige kerk zoveel miste dat verbouwing veel te veel geld zou gaan kosten. Op 16 december 1937 viel het definitieve besluit: er zou een nieuwe kerk komen! Een nieuwe bouwcommissie werd ingesteld die meteen bij de kerkleden langs ging om een bijdrage te vragen. Dit leverde fl. 6.000 op. “Zelfs uit Amerika kwam geld binnen!” Maar daarmee was men er nog niet, want de kerkbouw zou minstens fl. 10.000 moeten gaan kosten. De locatie van de nieuwe kerk werd ook vastgesteld (tijdens een gemeentevergadering van 12 juli 1938): op de plaats van het woonhuis aan de NIeuweweg 11, vlak bij de pastorie. Ook werd besloten architect B.W. Plooij (1890-1967) uit Amersfoort te vragen de plannen te maken.

Laatste dienst in de oude kerk (1939).

Ds. H. de Valk (1901-1980) leidde de eerste dienst in de nieuwe kerk.

Men werd het ook eens over de aannemers die het werk moesten uitvoeren. Metselaar Maas, timmerman Meyer, Smid Struik en schilder A.J. Baart zouden de klus klaren. Terwijl men aan de slag ging kon op 15 november door ds. De Valk de eerste steen gelegd worden. De bouw van de nieuwe kerk verliep voorspoedig.

Op zondag 11 juni 1939 kon in de kerk aan de Bouwdijk de laatste dienst gehouden worden. Daar werd onder meer gezegd: ”Zeker, volgende week hopen wij samen te komen in ons nieuwe, moderne kerkgebouw, waarbij dit hier geheel in het niet valt. Alleen maar, dat nieuwe gebouw heeft nog geen historie, daar zitten nog geen herinneringen aan vast. En in dat opzicht wint ons oude gebouwtje het ver. Daarom gaat het u ongetwijfeld als mij, misschien zelfs in nog sterkere mate, dat er toch in dit oogenblik iets van weemoed in ons hart is”.

“Het kerkje is nog niet zoo oud, slechts 27 jaar ongeveer. Maar wat liggen er een liefelijke herinneringen. Juist in de kerk leven wij vaak het dichtst bij ons hart. (…) Zeker, dit gebouwtje is ook getuige geweest van stormen en inzinkingen in de gemeente, van veel zonden van menschen, tijden vol beroering en somberheid, zooals dit kerkje ook na en onder veel strijd en beroering is tot stand gekomen. Maar de Heere onze God heeft het kleine plantje in stand gehouden. Hij heeft na bang gevaar weer zegen en wasdom gegeven”.

“Het is wel eens gebeurd, dat er aan het Heilig Avondmaal slechts twee broeders in totaal aanzaten. Als we daartegenover zien de Avondmaalsvieringen van vandaag, dan zien we daarin met ontroering een blijk van overweldigenden zegen onzes Gods, een betooning: ‘Al uw ontrouw maakt Mijn trouw niet te niet’. (…) Maar nu moeten wij dan afscheid gaan nemen. (…) Zoo was het goed dat we op dezen laatsten zondag aan den Bouwdijk, nog stil en onopgemerkt, heilbegeerig ons nog hebben mogen vereenigen rondom den Disch des Heeren, waar in het midden stond Jezus Christus en die gekruist (…)”.

De nieuwe kerk in gebruik genomen (1939).

Het interieur van de kerk aan de Nieuweweg (foto: ‘Jubileum Jaarboekje 1994’ van de Geref. Kerk Melissant c.a.).

Op woensdag 14 juni 1939 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen om half zeven ’s avonds. Vele toespraken werden gehouden. Na de begroeting door de predikant werd de kerk door de bouwcommissie overgedragen aan de kerkenraad en de gemeente. De noodzaak van de nieuwbouw werd aangetoond, de offervaardigheid van de gemeente in herinnering gebracht, de besluiten van de gemeentevergaderingen genoemd, de inbreng van de zusters der gemeente geroemd, de instelling van de bouwcommissie gememoreerd: M. Wiegel, P.D. Sieling en ds. De Valk.

De gang van zaken die toen volgde werd uitvoerig uit de doeken gedaan. De beoordeling van de bouwschetsen, de keuze van de aannemers door de aanbesteding en de eerstesteenlegging; dit alles werd genoemd. Tot slot werd gezongen psalm 138 vers 1.

Namens de kerkenraad werd de kerk aanvaard voor de gemeente. En de ingebruikneming werd geleid door de predikant. Ds. De Valk hield vervolgens een preek naar aanleiding van psalm 36 vers 10 (onberijmd): “Bij U is de fontein des Levens, in Uw licht zien wij Licht”.

Architect B.W. Plooij (1890-1967).

Daarna voerde architect Plooij het woord. Hij ging in op de bekoorlijkheid van de bouw van een kleine kerk in de verhouding tot die van een grote. “Beide hebben ze hun moeilijkheden, maar ook hun bekoorlijkheden. Doch beide zijn het kerken. Dat hebben ze gemeen. (…) De moderne tijd vraagt geen middeleeuwsche kathedraal, toch moet er ook van de kerkgebouwen in dezen tijd stemming en harmonie uitgaan”. Dat – zo was ieders overtuiging – was in dit geval goed gelukt!

Nog anderen voerden het woord: ds. A.A. van den Hoorn (1909-1983) van Stad aan ’t Haringvliet namens de classis Brielle, een vertegenwoordiger van de Gereformeerde Kerk van Stellendam en wethouder Van den Bosch namens de Gemeente Melissant.

In de nieuwe kerk werd in 1942 de zitplaatsenhuur afgeschaft. De inkomsten werden in het vervolg verkregen door een vaste vrijwillige kerkelijke bijdrage te vragen.

De Tweede Wereldoorlog.

Veel wordt ons niet gemeld over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de kerk van Melissant. Wel weten we dat het voor velen natuurlijk moeilijk werd om naar de kerk te gaan, omdat de mannen gevaar liepen opgepakt te worden, bijvoorbeeld voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Het gevolg was dat de kerkgang een stuk minder werd. Omdat er ook brandstofschaarste was werd besloten de kerkdiensten in de consistoriekamer te houden ‘waarin de kerkgangers wel konden worden geplaatst doordat van de mannelijke leden velen waren ondergedoken of in Duitsland te werk gesteld’.

De inundatie van Goeree Overflakkee.

In mei 1944 waren voor het eerst kerkenraadsleden uit omliggende plaatsen op de kerkenraad van Melissant aanwezig. Veel mensen uit Ooltgensplaat en Den Bommel waren door de inundatie van Oost Flakkee als evacués in Melissant terecht gekomen. De kerkenraadsleden uit die plaatsen hielpen mee met de pastorale zorg van de vluchtelingen.

Op 11 maart 1945 was gemeentelid Dirk Sieling in het concentratiekamp Neuengamme na een maandenlange marteling overleden. Op 2 juni dat jaar werd de rouwdienst gehouden onder leiding van ds. De Valk. De dienst werd door de familie in boekvorm beschreven. Enkele dagen later werd afscheid genomen van de evacués uit Oost Flakkee, die naar hun woningen terugkeerden.

“Zo elders als hier, de Gereformeerde Kerk was een broeinest van verzet tegen de Duitse tirannie. Het verzet trok zijn sporen in de harten; het kostte pijn om zich los te maken van de oorlog. Wie zal de tranen tellen?”

De Vrijmaking (1944).

Prof. dr. K. Schilder (1890-1952) op de Vrijmakingsvergadering (11 augustus 1944) in Den Haag, waar hij zich losmaakte van De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Sinds de jaren ’30 waren in onze Gereformeerde Kerken verschillen van inzicht ontstaan over de visie op Doop en Verbond. Daarover bestonden in grote lijnen twee visies, respectievelijk afkomstig uit de Afscheiding en Doleantie. Toen de generale synode van Utrecht in de jaren ’40 daarover een eindbeslissing nam meenden sommigen dat de visie van de Doleantie als enig geldend gezichtspunt in de Gereformeerde Kerken mocht worden geleerd. Ook dr. K. Schilder (1890-1952), hoogleraar aan de Theologische School te Kampen verzette zich tegen de beslissing en werd uiteindelijk in 1944 afgezet als gereformeerd predikant en hoogleraar te Kampen. Velen volgden hem naar de op 11 augustus 1944 tijdens de ‘Vrijmakingsvergadering’ in Den Haag gevormde Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).

Ook in Melissant waren enkele gezinnen die zich achter dr. Schilder stelden en de Gereformeerde Kerken verlieten. In het dorp werd echter nooit een vrijgemaakte kerk opgericht. Men sloot zich aan bij een kerk in de omgeving.

En verder…

Kort na de oorlog, op 13 oktober 1946, nam ds. De Valk afscheid van de kerk van Melissant en vertrok naar die van Katwijk aan den Rijn.

Naar deel 2 >

© 2022. GereformeerdeKerken.info